1451

1451

De oudste vermelding van de fontein daer dmenneken pist (‘daar waar het jongetje plast’) in een administratieve tekst betreffende de waterleiding waarop de Brusselse openbare fonteinen werden aangesloten.

1572

1572

Eerste schematische voorstelling van Manneken-Pis op het kruispunt van de Eikstraat en de Stoofstraat op het plan van Georg Braun en Franz Hogenberg. De fontein lijkt geïnstalleerd op de openbare weg.

1615

1615

Manneken-Pis verschijnt voor het eerst in kostuum: als herder in het schilderij van Denis van Alsloot dat de Ommegangstoet voorstelt. Een voorbereidende schets voor het doek toont het beeldje op een zuil. De waterstraal komt in een dubbel waterbekken terecht. © V&A

1619

1619

De Brusselse autoriteiten bestellen een nieuwe versie van Manneken-Pis bij beeldhouwer Hiëronymus Duquesnoy naar aanleiding van de renovatie van de fontein: de zuil, het waterbekken en het beeldje worden vervangen.

1695

1695

Manneken-Pis wordt als woordvoerder van de Brusselaars opgevoerd door de auteur van een satirische tekst die de Franse koning Lodewijk XIV hekelt na het bombardement op Brussel. Die publicatie is de eerste waarin duidelijk wordt gemaakt hoe beroemd het beeldje intussen is.

1710

1710

Begin van de 18de eeuw eerste gedetailleerde voorstelling van de fontein die voortaan van de openbare weg wordt afgeschermd door een hek. In de gravure van Jacques Harrewijn staat de fontein al op haar huidige locatie.

1720

1720

Schriftelijke bevestiging van de traditie om Manneken-Pis aan te kleden tijdens belangrijke festiviteiten in Brussel. Buitenlanders op doorreis in de stad krijgen de gewoonte om het beeldje te gaan bewonderen.

1747

1747

De Franse koning Lodewijk XV neemt Manneken-Pis op in de Orde van de Heilige Lodewijk en schenkt hem het kostuum van een edelman ter compensatie van de poging tot diefstal van het beeldje door zijn in Brussel gelegerde soldaten. Dat kostuum is het oudst bewaard gebleven exemplaar.

1756

1756

Eerste bekende benoeming van een kleermaker voor Manneken-Pis.

1770

1770

Het beeldje maakt deel uit van een nieuw monumentaal geheel in rocaille, oorspronkelijk bedoeld voor een andere fontein. Het beeldje lijkt daardoor kleiner en de rug van Manneken-Pis is niet langer zichtbaar.

1817

1817

Diefstal van Manneken-Pis. De elf brokstukken van het beeldje worden snel teruggevonden. Manneken-Pis wordt gerestaureerd en de schuldige wacht een zware straf.

1824

1824

De Franse schrijver Jacques Collin de Plancy publiceert een geschiedenis van Manneken-Pis. Daarin vertelt hij de legendes die de keuze van het thema van het beeldje moeten verklaren. Hoewel het om fictie gaat, ligt dat werk aan de basis van heel wat latere boeken over het beeldje.

1845

1845

De historici Alexandre Henne en Alphonse Wauters verwarren de fontein van Manneken-Pis met de ‘Julianekensborre’, twee fonteinen die vroeger dicht bij elkaar stonden. Dat verklaart waarom Manneken-Pis nog regelmatig de voornaam Julien krijgt.

1851

1851

Manneken-Pis wordt een zuivere sierfontein. Het water komt voortaan terecht in een bekken dat door het hek rondom onbereikbaar wordt.

1965

1965

Manneken-Pis wordt opnieuw gestolen en breekt in twee: zijn voeten en enkels blijven op de sokkel achter, terwijl de rest van het lichaam verdwijnt. Aan de fontein wordt een kopie van het beeldje geplaatst. Die staat daar nog altijd.

1966

1966

Na een anoniem telefoontje wordt het gestolen beeldje een jaar later opgevist uit het kanaal Brussel-Charleroi. De beide delen van het beeldje worden in het museum bewaard.

1975

1975

Het beeldje van Manneken-Pis, de fontein en het hek als geheel zijn geklasseerd als historisch monument bij koninklijk besluit.

2003

2003

Het beeldje wordt gerestaureerd.